EUInc Guide
Alle inzichten
WetgevingBy EU Inc Guide··8 min leestijd

Raadswerkgroep plant zesde behandelingssessie EU Inc

De werkgroep van de Raad kondigt haar zesde behandelingssessie aan over het EU Inc-voorstel, wat duidt op voortdurende voortgang in de wetgevingsbesprekingen.

De werkgroep van de Raad van de Europese Unie is voor de zesde keer bijeengekomen voor de behandeling van het EU Inc-voorstel, wat duidt op aanhoudende technische vooruitgang richting de door Europese leiders gestelde aannemingsdeadline van eind 2026. De Commissie roept het Europees Parlement en de Raad op om tegen eind 2026 tot een akkoord te komen over het EU Inc-voorstel, een tijdlijn die intensief onderzoek door de werkgroep vereist van de verordening met meer dan 300 artikelen.

Recente ontwikkeling: zesde sessie aangekondigd

Nationale deskundigen komen bijeen in werkgroepen en comités om het voorstel technisch gedetailleerd te onderzoeken, regel voor regel, een proces dat nu zijn zesde speciale sessie voor het EU Inc-dossier heeft bereikt. Nationale deskundigen komen bijeen in werkgroepen en comités om het voorstel technisch gedetailleerd te onderzoeken, regel voor regel, waarbij deskundigen van de Europese Commissie worden uitgenodigd voor de vergaderingen om toelichting en informatie te geven over de onderzochte kwesties.

De intensiteit van het onderzoek weerspiegelt zowel de complexiteit van het voorstel als de politieke urgentie die eraan wordt gehecht. EU-leiders hebben een 'Eén Europa, Eén Markt'-agenda gelanceerd, die indien mogelijk in 2026 moet worden uitgevoerd, en uiterlijk eind 2027, waarin een reeks concrete maatregelen met ambitieuze deadlines wordt vastgesteld om het Europees concurrentievermogen te stimuleren.

De werkgroep opereert onder het huidige Raadsvoorzitterschap, waarbij de voorzitter een deskundige is van de lidstaat die het roterende 6-maandelijkse Raadsvoorzitterschap bekleedt. Het technische onderzoek voedt rechtstreeks het Coreper, het comité van permanente vertegenwoordigers dat beslissingen voorbereidt voor Raadsvergaderingen op ministerieel niveau.

Voortgang door vijf eerdere sessies

Hoewel specifieke details van eerdere sessies vertrouwelijk blijven onder Raadsprocedures, is de richting duidelijk. COM(2026) 321 final is het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het juridisch kader voor ondernemingen in het 28e regime, 'EU Inc', ingediend door de Commissie op 18 maart 2026.

Er is geen formele tijdslimiet voor een werkgroep om haar werk af te ronden; de benodigde tijd hangt af van de aard van het voorstel. Afhankelijk van het onderwerp kunnen besprekingen slechts twee tot drie vergaderingen duren, maar sommige kunnen tot twee maanden in beslag nemen. Voor complexe onderwerpen kunnen veel meer vergaderingen nodig zijn om het onderzoek vanuit elke mogelijke invalshoek af te ronden.

Het EU Inc-voorstel kwalificeert als uitzonderlijk complex. Het creëert een volledig nieuwe vennootschapsvorm met geharmoniseerde regels over oprichting, governance, aandelenoverdrachten, werknemersaandelenopties, insolventie en grensoverschrijdende mobiliteit. Het omvat bepalingen die betrekking hebben op vennootschapsrecht, belastingrecht, arbeidsrecht en digitale infrastructuur.

Belangrijke kwesties die nog worden onderzocht

Drie inhoudelijke gebieden domineren de besprekingen van de werkgroep, volgens institutionele bronnen die bekend zijn met het proces.

Lacune-opvulling en verwijzingen naar nationaal recht

Artikel 4 bepaalt dat aangelegenheden die niet onder de verordening of de statuten vallen, worden beheerst door het nationale recht, met inbegrip van de bepalingen tot omzetting van Unierecht, die van toepassing zijn op relevante nationale rechtsvormen in de lidstaat waar de EU Inc. haar statutaire zetel heeft. Deze structuur heeft geleid tot intensief debat onder vertegenwoordigers van lidstaten over hoeveel harmonisatie de verordening werkelijk bereikt.

Lidstaten onderzoeken of het lacune-opvullingsmechanisme 27 verschillende versies van EU Inc creëert, elk met een eigen nationaal substraat, of dat de kernbepalingen van de verordening voldoende uniformiteit bieden voor daadwerkelijke grensoverschrijdende werking.

Werknemersbescherming en participatie op bestuursniveau

Nationale arbeids- en sociale wetgeving wordt niet beïnvloed door het voorstel. De toepasselijke waarborgen van het EU-land van registratie zijn volledig van toepassing op de EU Inc.-vennootschap. Dit principe heeft vragen opgeroepen over hoe collectieve rechten functioneren wanneer een vennootschap zich in één lidstaat registreert maar voornamelijk in een andere lidstaat opereert.

De werkgroep onderzoekt hoe eisen voor werknemersparticipatie op bestuursniveau interacteren met het governancekader van de verordening. Verschillende lidstaten met sterke medezeggenschap-tradities onderzoeken nauwkeurig of het voorstel mogelijkheden creëert voor regelgevingsarbitrage.

Digitale infrastructuur en het eenmaligheidsbeginsel

Registratie zou een 'eenmaligheidsbeginsel' volgen, wat betekent dat vennootschapsfunctionarissen informatie slechts eenmaal hoeven in te dienen. Deze wordt vervolgens automatisch gedeeld met belastingdiensten, socialezekerheidsinstanties en registers van uiteindelijk begunstigden, waardoor de noodzaak voor meervoudige indieningen wordt geëlimineerd.

Het technische onderzoek richt zich op de vraag of de systemen van lidstaten dit niveau van interoperabiliteit binnen het voorgestelde tijdschema kunnen bereiken. De werkgroep beoordeelt implementatiekosten, implicaties voor gegevensbescherming en of de centrale EU-interface kan functioneren zoals ontworpen.

Focusgebied sessieBelangrijkste zorg belanghebbendeDivergentieniveau lidstaten
Lacune-opvullingsbepalingenRechtszekerheid, risico van 27 variantenHoog
WerknemersparticipatieMedezeggenschap, collectieve rechtenHoog
Digitale infrastructuurImplementatiekosten, tijdschemaGematigd
WerknemersaandelenoptiesHarmonisatie belastingbehandelingGematigd
InsolventieproceduresJurisdictionele duidelijkheidLaag

Tijdlijnimplicaties voor aanneming EU Inc

Hoewel het wetgevingsproces normaal gesproken 12 tot 18 maanden duurt, is er een sterke politieke wil om de voorgestelde verordening tegen eind 2026 af te ronden en aan te nemen, zoals blijkt uit de meest recente conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026.

Het tempo van zes sessies suggereert dat de Raad dit als een prioritair dossier behandelt. Verschillende procedurele realiteiten bepalen echter de tijdlijn.

Er is geen formele tijdslimiet voor een werkgroep om haar werk af te ronden; de benodigde tijd hangt af van de aard van het voorstel. Er is ook geen verplichting voor de werkgroep om tot overeenstemming te komen, maar de uitkomst van haar besprekingen wordt aan het Coreper gepresenteerd.

Om de deadline van eind 2026 te halen, moet de werkgroep haar technische onderzoek voltooien en een geconsolideerd Raadsstandpunt aan het Coreper presenteren tegen eind zomer of begin najaar 2026. Dit zou tijd laten voor triloogonderhandelingen met het Europees Parlement, dat zijn eigen onderzoeksproces gaande heeft.

Van de JURI-commissie van het Europees Parlement, verantwoordelijk voor het dossier, wordt verwacht dat zij binnenkort een rapporteur benoemt. De JURI-commissie van het Europees Parlement heeft nog steeds geen rapporteur benoemd. Commissaris McGrath presenteert het voorstel aan JURI op 4 mei, en de rapporteur wordt verwacht tijdens of kort na die vergadering.

"Gezien het essentiële belang voor het concurrentievermogen van de EU, roept de Commissie het Europees Parlement en de Raad op om tegen eind 2026 tot een akkoord te komen over het EU Inc-voorstel."

Bron: Europese Commissie, 18 maart 2026

De gewone wetgevingsprocedure vereist dat beide instellingen instemmen met een identieke tekst. Volgens deze procedure treden het Europees Parlement en de Raad van de EU op als medewetgevers, die gezamenlijk EU-wetgeving onderhandelen en aannemen. Na een voorstel van de Europese Commissie onderzoekt elke instelling de tekst en kan amendementen voorstellen in maximaal drie lezingen. De handeling wordt aangenomen zodra het Parlement en de Raad overeenstemming bereiken over een identieke formulering in een lezing. Het voorstel mislukt echter als zij geen overeenstemming kunnen bereiken.

Waarop belanghebbenden moeten letten

Belanghebbenden die de wetgevingsvoortgang van EU Inc volgen, moeten de komende maanden vier specifieke indicatoren in de gaten houden.

Tijdstip algemene oriëntatie Raad. Het onderzoek door de werkgroep moet een algemene oriëntatie van de Raad opleveren voordat zinvolle triloogonderhandelingen kunnen beginnen. Het onderzoek van een Commissievoorstel eindigt als het Raadsvoorzitterschap concludeert dat er voldoende steun is voor de aanneming van een gemeenschappelijk standpunt van de Raad over het dossier, de zogenaamde algemene oriëntatie. Let op signalen dat lidstaten naderen tot elkaar komen over belangrijke kwesties of dat fundamentele meningsverschillen blijven bestaan.

Toewijzing rapporteur Parlement en tijdlijn advies. De rapporteur van de JURI-commissie, eenmaal benoemd, zal het standpunt van het Parlement sturen. De rapporteur zal een ontwerpverslag opstellen, adviezen verzamelen van andere commissies en consensus opbouwen onder politieke groepen. Vertragingen in dit proces hebben directe invloed op de totale tijdlijn.

Amendementen op artikel 4 en lacune-opvullingsbepalingen. Substantiële amendementen op het lacune-opvullingsmechanisme zouden aanzienlijke wijzigingen in de architectuur van de verordening signaleren. Dit vertegenwoordigt de meest controversiële technische kwestie die wordt onderzocht.

Beoordelingen implementatiekosten. Lidstaten voeren nationale beoordelingen uit van de kosten voor de bouw van de vereiste digitale infrastructuur. De kosten voor het opzetten en aanpassen van nationale systemen worden gedragen door elke lidstaat, terwijl het interconnectiesysteem wordt gefinancierd uit de algemene EU-begroting. Als deze beoordelingen onbetaalbare kosten of technische onhaalbaarheid aan het licht brengen, kunnen lidstaten aandringen op verlengde implementatieperiodes of teruggeschroefde vereisten.

"De werkgroepen en comités zijn de voorbereidende organen van de Raad van de EU. Hun rol is om alle gespecialiseerde onderwerpen en vragen die de Raad moet behandelen technisch gedetailleerd te onderzoeken voordat een bespreking of beslissing plaatsvindt tijdens een Raadsvergadering."

Bron: Raad van de Europese Unie

Voor oprichters en investeerders blijft het werkgroepproces grotendeels ondoorzichtig, maar de output ervan bepaalt of de definitieve verordening een daadwerkelijk geharmoniseerde vennootschapsvorm oplevert of een kader dat nog sterk afhankelijk is van nationaal recht. De zesde sessie vertegenwoordigt vooruitgang, maar de moeilijkste onderhandelingen liggen waarschijnlijk nog in het verschiet nu lidstaten de afwegingen tussen harmonisatie en nationale soevereiniteit over vennootschapsrecht onder ogen zien.

De volgende mijlpaal om in de gaten te houden is of de Raad een algemene oriëntatie kan produceren vóór het zomerreces van 2026. Zonder deze wordt de aannemingsdeadline van eind 2026 aanzienlijk moeilijker te halen. Voor gedetailleerde analyse van wat verschillende lidstaten prioriteren in het onderzoeksproces, zie onze landspecifieke berichtgeving over EU Inc in Duitsland, EU Inc in Frankrijk en EU Inc in Nederland.

Belanghebbenden die willen begrijpen hoe het wetgevingsproces werkt, moeten onze EU Inc-tijdlijn raadplegen voor een volledig overzicht van het aannemingstraject. Voor vergelijkende analyse van hoe EU Inc verschilt van bestaande alternatieven, zie EU Inc vs UK Ltd en EU Inc vs Estlands e-Residency.

Editorial transparency

This article was researched and drafted with AI assistance and reviewed against the cited primary sources before publication. We disclose this openly so readers can assess the analysis in context. Read our methodology

EU IncCouncil Working Partylegislative processcompany lawEU regulation