Raadswerkgroep houdt derde EU Inc-sessie (27 april gepland)
De Raadswerkgroep komt bijeen voor haar derde sessie over EU Inc, wat duidt op voortgang bij de Societas Europaea Minor-verordening. Wat staat er op de agenda voor 27 april?
De Raadswerkgroep Vennootschapsrecht houdt op 27 april 2026 haar derde technische bespreking van het EU Inc-voorstel, na sessies op 23 maart en 17 april. Deskundigen van de lidstaten zullen de regel-voor-regel-analyse van het Commissievoorstel COM(2026) 321 voortzetten, waarbij registratieprocedures, nationale mechanismen voor leemtevulling en regelingen voor werknemersparticipatie naar voren komen als belangrijke wrijvingspunten in het wetgevingsproces.
De derde sessie van de Raadswerkgroep vormt een kritieke mijlpaal in het EU Inc-tijdschema. De Werkgroep Vennootschapsrecht heeft vergaderingen gepland voor 17 april, 27 april en 7 mei 2026, waardoor een geconcentreerd onderzoeksvenster ontstaat waarin lidstaten zullen trachten technische meningsverschillen op te lossen en gebieden te identificeren die compromissen vereisen.
Derde werkgroepsessie komt bijeen
De werkgroep Vennootschapsrecht (23 maart) en de werkgroep Interne Markt (26 maart) hebben beide het EU Inc-voorstel voor Commissiepresentatie behandeld, wat het begin markeerde van het technisch werk aan de kant van de Raad. De sessie van 27 april is de derde in deze reeks, na de initiële presentatie en de tweede inhoudelijke bespreking op 17 april.
De meer dan 150 werkgroepen hebben als taak de eerste bespreking van wetgevingsvoorstellen van de Europese Commissie, en werkgroepen en comités bestaan uit deskundigen die ambtenaren zijn in de nationale overheidsdiensten van de EU-lidstaten. Deze deskundigen ontvangen instructies van hun regeringen en analyseren of het voorstel verenigbaar is met hun nationale rechtssystemen.
Volgens wetenschappers nemen de werkgroepen weliswaar slechts het werk van de ministers 'voor', maar de facto nemen zij de meerderheid van de Raadsbesluiten. Dit maakt de sessie van 27 april bijzonder belangrijk om te begrijpen welke lidstaten terughoudend zijn en bij welke specifieke bepalingen.
Belangrijkste agendapunten en discussiepunten van de sessie
De sessie van 27 april zal zich richten op gebieden waar de standpunten van de lidstaten uiteenlopen, met name rond uitvoeringsmechanismen en nationale discretionaire ruimte. Artikel 4 bepaalt dat 'aangelegenheden die niet door deze verordening of door de statuten worden bestreken, worden beheerst door het nationale recht, met inbegrip van de bepalingen tot omzetting van het Unierecht, die van toepassing zijn op relevante nationale rechtsvormen in de lidstaat waar de EU Inc. haar statutaire zetel heeft'.
Dit mechanisme voor leemtevulling is een twistpunt gebleken. De Commissie vereist zelfs dat elke lidstaat aangeeft welke nationale rechtsvorm deze lacunes opvult. Het resultaat is 27 verschillende versies van de EU Inc., elk met zijn eigen nationale juridisch substraat.
Registratieprocedures vormen een ander aandachtsgebied. De voorkeursoptie creëert een Europese uniforme interface, gebaseerd op het Business Registers Interconnection System, BRIS, voor de registratie van 28th regime-ondernemingen met geharmoniseerde tweetalige sjablonen, met een deadline (48 uur) en een kostenplafond van 100 EUR voor registratie.
Lidstaten onderzoeken of dit tijdschema realistisch is gezien hun bestaande administratieve infrastructuur. Verschillende rechtsgebieden hebben bezorgdheid geuit over de haalbaarheid van de registratiedeadline van 48 uur, met name voor aanvragen die preventieve controle door notarissen of gerechtelijke autoriteiten vereisen.
Technische amendementen en compromissen in overweging
De besprekingen van de werkgroep leveren voorgestelde technische amendementen op verschillende fronten:
Registratie en oprichting
De gestandaardiseerde sjablonen onder artikel 8 blijven ongedefinieerd in de verordening. De feitelijke inhoud van de standaard EU-sjablonen wordt nergens gedefinieerd in COM(2026) 321 final. Of die sjablonen meerdere aandelenklassen, preferente aandelen, gewogen stemrechten en de andere complexe kenmerken zullen kunnen bevatten die elk snelgroeiend bedrijf dat externe kapitaal aantrekt vanaf dag één nodig zal hebben, valt nog te bezien.
Lidstaten met sterke notariële tradities vragen om verduidelijking over de rol van preventieve controlemechanismen en of het kostenplafond van 100 EUR de waarde van dergelijke diensten voldoende dekt.
Toepassingsgebied en geschiktheid
Elke natuurlijke of rechtspersoon kan een EU Inc. oprichten, bestaande ondernemingen van elke omvang en leeftijd kunnen erin worden omgezet, en concernstructuren kunnen het als dochteronderneming gebruiken. Het Werkprogramma 2026 van de Commissie had dit al aangekondigd, met vermelding van het regime voor 'alle ondernemingen die actief zijn in de interne markt'.
Dit universele toepassingsgebied contrasteert met de aanvankelijke verwachtingen dat EU Inc zich specifiek zou richten op startups en scale-ups. Verschillende lidstaten hebben in twijfel getrokken of deze brede toepasbaarheid de effectiviteit van het regime als innovatie-instrument verwatert.
Werknemersparticipatie en medezeggenschap
Regelingen voor werknemersbetrokkenheid blijven tot de moeilijkste onderhandelingspunten behoren. Duitsland en Oostenrijk, met gevestigde systemen voor werknemersvertegenwoordiging op bestuursniveau, onderzoeken of EU Inc-ondernemingen onderworpen zullen zijn aan nationale medezeggenschap of dat het regime een alternatief met lagere bescherming creëert.
| Aandachtsgebied | Bezorgdheid lidstaat | Commissiestandpunt |
|---|---|---|
| Registratietijdschema | 48-uursdeadline kan onrealistisch zijn voor complexe oprichtingen | Deadline handhaaft concurrentievoordeel t.o.v. nationale vormen |
| Leemtevulling nationaal recht | Creëert 27 versies van EU Inc, ondermijnt harmonisatie | Noodzakelijke flexibiliteit gezien juridische diversiteit in lidstaten |
| Werknemersparticipatie | Risico van regelgevingsarbitrage bij medezeggenschap | Bestaande richtlijnen werknemersbetrokkenheid zijn van toepassing |
| Standaardisering sjablonen | Ongedefinieerde inhoud kan venture-gefinancierde structuren uitsluiten | Detail gedelegeerd aan uitvoeringshandelingen voor flexibiliteit |
Tijdschema-update: wat te verwachten van de vergadering van 27 april
De sessie van 27 april valt binnen een gecomprimeerde wetgevingsagenda. De Commissie roept het Europees Parlement en de Raad op om eind 2026 overeenstemming te bereiken over het EU Inc-voorstel. De conclusies roepen de medewetgevers op het regime eind 2026 aan te nemen, op basis van het Commissievoorstel van 18 maart. António Costa bevestigde tijdens de persconferentie na de top dat tijdschema's tegen eind 2027 geïmplementeerd moeten zijn, maar vooral dit jaar, in 2026.
Dit legt aanzienlijke druk op het werkgroepproces. Na de sessie van 27 april staat een vierde vergadering gepland voor 7 mei. Deze sessies moeten voldoende overeenstemming opleveren om Coreper (het Comité van Permanente Vertegenwoordigers) in staat te stellen een algemene oriëntatie van de Raad te formaliseren, die vervolgens triloogonderhandelingen met het Europees Parlement kan aangaan.
Parallel daaraan onderzoekt de JURI-commissie van het Europees Parlement het voorstel. De toewijzing van de rapporteur, het Europarlementslid dat het dossier zal leiden, is nog in behandeling. Het Parlement zal onafhankelijk zijn eigen standpunt ontwikkelen, dat vervolgens tijdens triloogonderhandelingen met het Raadsstandpunt zal worden verzoend.
Volgens het huidige schema zou de vroegst mogelijke beschikbaarheid eind 2027 of in de loop van 2028 zijn, mits eind 2026 overeenstemming wordt bereikt.
Reacties belanghebbenden en volgende stappen in het wetgevingsproces
De reacties van belanghebbenden op het onderzoeksproces van de werkgroep onthullen uiteenlopende perspectieven op de ambitie en praktische bruikbaarheid van het voorstel.
Ondernemersorganisaties hebben het initiatief over het algemeen verwelkomd, maar uitten bezorgdheid over uitvoeringsdetails. Volgens de raadpleging van belanghebbenden door de Commissie was 84% het in grote of zeer grote mate eens dat als gevolg van EU Inc meer startups in Europa zouden worden opgericht.
Werknemersvertegenwoordigers hebben bezorgdheid geuit over mogelijke erosie van beschermingsnormen. Vakbondsorganisaties hebben gewaarschuwd dat een geharmoniseerd regime dat primair is ontworpen om bedrijfsactiviteiten te vergemakkelijken, nationale vereisten voor werknemersparticipatie zou kunnen ondermijnen zonder overeenkomstige aandacht voor arbeidsnormen.
Juridische professionals, met name uit rechtsgebieden met gevestigde notariële systemen, hebben in twijfel getrokken of het kostenplafond en gestandaardiseerde sjablonen de rechtszekerheid en preventieve controlefuncties die toekomstige geschillen verminderen, voldoende beschermen.
"Gezien het cruciale belang ervan voor het concurrentievermogen van de EU, roept de Commissie het Europees Parlement en de Raad op om eind 2026 overeenstemming te bereiken over het EU Inc-voorstel."
Bron: Europese Commissie, 18 maart 2026
Academische waarnemers hebben structurele spanningen in het voorstel opgemerkt. Volgens een Oxford Law-analyse creëert de verordening een patroon waarbij "voor elke geharmoniseerde regel ruimte is voor discretionaire bevoegdheid van lidstaten of een verwijzing naar leemtevulling door nationaal recht die stilletjes de versnippering herintroduceert die het regime beoogt te elimineren".
De volgende procedurele stappen volgen een gedefinieerde volgorde:
-
7 mei Raadswerkgroepsessie: Vierde technische bespreking, waarbij lidstaten naar verwachting formele amendementen zullen indienen en rode-lijnkwesties zullen identificeren.
-
Coreper-onderzoek: Na afronding van de werkgroep zal het Comité van Permanente Vertegenwoordigers de geconsolideerde tekst beoordelen en politieke overeenstemming zoeken over een algemene oriëntatie van de Raad.
-
Standpuntbepaling Europees Parlement: JURI-commissie zal een rapporteur benoemen, hoorzittingen houden en amendementen opstellen. Een plenaire stemming zal het onderhandelingsstandpunt van het Parlement vaststellen.
-
Triloogonderhandelingen: Raadsvoorzitterschap, Parlementsrapporteur en Commissie zullen compromistekst onderhandelen die institutionele standpunten verzoent.
Wat dit betekent voor EU Inc-belanghebbenden
De sessie van 27 april vertegenwoordigt een cruciaal moment waarop de praktische uitvoering van het voorstel concreet wordt. Deskundigen van lidstaten gaan voorbij algemene beginselen om specifieke artikelen, definities en procedurele mechanismen te onderzoeken. De amendementen en voorbehouden die tijdens deze sessie worden geuit, zullen het nut van de uiteindelijke verordening vormgeven.
Voor oprichters en ondernemers die het proces volgen, zijn de belangrijkste signalen om in de gaten te houden: welke lidstaten voorbehouden uiten bij kernbepalingen (met name registratieprocedures en toepassingsgebied), of vereisten voor werknemersparticipatie blokkerende standpunten genereren van landen met gevestigde medezeggenschap, en hoe snel de werkgroep kan overgaan van onderzoek naar geconsolideerde tekst met overeengekomen standpunten.
Het gecomprimeerde tijdschema creëert zowel kansen als risico's. Snelle overeenstemming tegen eind 2026 zou eind 2027 een functionerende EU Inc kunnen opleveren. Het forceren van consensus over complexe bepalingen loopt echter het risico een kleinste-gemene-deler-uitkomst te produceren die de harmonisatievoordelen die het regime belooft niet levert.
Degenen die overwegen oprichtingsbeslissingen te nemen in 2026-2027 moeten het triloogproces nauwlettend volgen, maar flexibiliteit inbouwen om EU Inc over te nemen als het effectief blijkt, in plaats van te vertrouwen op beschikbaarheid die onderhevig blijft aan wetgevingsonzekerheid. De architectuur van het huidige voorstel, met name het mechanisme voor leemtevulling door nationaal recht, suggereert dat EU Inc zelfs na aanneming heel anders kan functioneren, afhankelijk van welke door de lidstaat aangewezen nationale vorm de aanvullende regels levert.
Gerelateerde analyses over de dynamiek van het wetgevingsproces zijn beschikbaar in onze berichtgeving over het eerste onderzoek door de Raadswerkgroep en ontwikkelingen in de JURI-commissie van het Europees Parlement. Voor bredere context over het One Europe, One Market-kader dat het versnelde tijdschema stuurt, zie onze analyse van het routekaart met deadline 2027.
Editorial transparency
This article was researched and drafted with AI assistance and reviewed against the cited primary sources before publication. We disclose this openly so readers can assess the analysis in context. Read our methodology