Ga naar inhoud
EUInc Guide
Alle inzichten
WetgevingBy David··8 min leestijd

Raad voor Concurrentievermogen houdt beleidsdebat over EU Inc-voorstel

De Raad voor Concurrentievermogen van de EU debatteerde over het EU Inc-voorstel, wat vooruitgang signaleert richting een 28th regime voor grensoverschrijdende bedrijven. Belangrijkste bevindingen en vervolgstappen.

De Raad voor Concurrentievermogen van de EU hield op 28 mei 2026 zijn eerste beleidsdebat op ministerieel niveau over het EU Inc-voorstel, wat een kritieke mijlpaal markeert in het wetgevingsproces richting de totstandkoming van een geharmoniseerd Europees ondernemingskader. Na zes technische werkgroepsessies sinds maart, behandelden ministers van alle 27 lidstaten het voorstel in een formele setting, waarbij het voorzitterschap van de Raad melding maakte van "brede steun" voor het initiatief naast verduidelijkingsverzoeken over rechtsgrondslag, insolventie, belastingheffing, forum shopping en waarborgen voor werknemers.

Raad voor Concurrentievermogen behandelt EU Inc-voorstel

Volgens de Raad van de Europese Unie kwamen ministers op 28 mei 2026 bijeen om het 28th Regime Corporate Legal Framework: EU Inc. te bespreken, waarmee het dossier van technisch onderzoek naar politiek debat werd getild. Het voorstel stelt bedrijven in staat om binnen 48 uur voor minder dan €100 op te richten, zonder minimumkapitaalvereisten, via een volledig digitaal platform op EU-niveau.

Het Cypriotische voorzitterschap, dat het Commissievoorstel COM(2026) 321 op 18 maart 2026 ontving, startte onmiddellijk met het onderzoek via de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht. Tegen de tijd van het ministeriële debat waren zes werkgroepsessies afgerond, met verdere sessies reeds gepland voor 2 juni en 17 juni 2026.

De politieke context

Het debat vond plaats binnen het bredere "One Europe, One Market"-stappenplan, dat in april 2026 door EU-leiders werd ondertekend en tot doel heeft een eengemaakte interne markt te voltooien tegen eind 2027. De Europese Commissie heeft opgeroepen tot een akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad tegen eind 2026, een ambitieuze tijdlijn gezien de gebruikelijke duur van 12 tot 18 maanden voor de gewone wetgevingsprocedure.

"Europa heeft het talent, de ideeën en de ambitie om de beste plek voor vernieuwers te worden. Maar vandaag worden Europese ondernemers die willen opschalen geconfronteerd met 27 rechtsstelsels en meer dan 60 nationale vennootschapsvormen."

Bron: Voorzitter Ursula von der Leyen, Europese Commissie, 18 maart 2026

Belangrijkste discussiepunten uit het beleidsdebat

De nota van het voorzitterschap van de Raad vatte de standpunten van de delegaties samen na de werkgroepsessies en identificeerde verschillende cruciale kwesties die verdere verduidelijking vereisen:

CategorieBelangrijkste zorgen
RechtsgrondslagReikwijdte van artikel 114 VWEU voor harmonisatie op het gebied van vennootschaps-, insolventie-, arbeids- en belastingrecht
InsolventieproceduresVereenvoudigde procedures beperkt tot "innovatieve startups" die aan O&O-drempelwaarden voldoen
BelastingaspectenGeharmoniseerde timing maar niet tarieven voor EU Employee Stock Options
Forum shopping-risicoBedrijven die registratiejurisdictie kiezen voor regelgevingsarbitrage
MedezeggenschapInteractie tussen nationale werknemersparticipatierechten en EU Inc-governance
WaarborgenBescherming van werknemers, schuldeisersrechten en nationaal regelgevend toezicht

Artikel 4: de lacune in nationaal recht

Een centraal discussiepunt betreft artikel 4 van het voorstel, dat stelt dat "aangelegenheden die niet onder deze verordening of de statuten vallen, worden beheerst door het nationale recht." Rechtsgeleerden hebben kritiek geuit op deze bepaling, met het argument dat dit 27 verschillende versies van EU Inc creëert in plaats van een werkelijk uniform kader. Elke lidstaat moet aanwijzen welke nationale vennootschapsvorm dient als residuele referentie, wat mogelijk de versnippering die het regime beoogt te elimineren opnieuw introduceert.

Het Internationaal Monetair Fonds schat dat aanhoudende barrières voor de Europese interne markt het equivalent vertegenwoordigen van een tarief van 110 procent op diensten, wat het belang onderstreept van het bereiken van echte harmonisatie.

Bescherming van werknemers en sociale dialoog

Vakbonden hebben zorgen geuit over mogelijke regelgevingsarbitrage. Oliver Roethig van UNI Europa, die 7 miljoen werknemers vertegenwoordigt, heeft opgeroepen ervoor te zorgen "dat arbeidsrecht en werknemersparticipatie niet worden aangetast." De EESC Workers' Group hield een dagconferentie op 21 april 2026 met als titel "28th Regime: Why are alarm bells ringing?" waar commissaris Michael McGrath stelde dat concurrentievermogen niet kan voortkomen uit zwakkere werknemersbescherming.

Standpunten van en reacties uit lidstaten

Hoewel de nota van het voorzitterschap van de Raad wijst op "brede steun" voor de grondgedachte en het doel van het initiatief om grensoverschrijdende activiteiten van innovatieve bedrijven te faciliteren, hebben de delegaties zich nog niet afgestemd op de manier waarop de geïdentificeerde zorgen moeten worden aangepakt. De werkgroepsessies onthulden uiteenlopende opvattingen over:

  • Reikwijdte: Of universele toegang moet worden gehandhaafd of EU Inc moet worden beperkt tot specifieke bedrijfscategorieën
  • Governance: Balans tussen geharmoniseerde regels en toepassing van residueel nationaal recht
  • Insolventie: Geschiktheidscriteria voor vereenvoudigde procedures buiten de definitie van de Commissie
  • Digitale procedures: Mate van verplichte digitalisering versus flexibiliteit voor lidstaten

Versnippering versus flexibiliteit

Het ontwerp van het voorstel weerspiegelt een fundamentele spanning. Door te kiezen voor een verordening (direct toepasselijk EU-recht) op basis van artikel 114 VWEU in plaats van een richtlijn die nationale omzetting vereist, beoogde de Commissie maximale harmonisatie. De residuele rol van nationaal recht in artikel 4, gecombineerd met de discretionaire bevoegdheid van lidstaten op kwesties zoals toegang tot effectenbeurzen en gespecialiseerde rechtbanken, kan de uniformiteit die investeerders en oprichters nodig hebben echter verwateren.

Een vergelijking met de Societas Europaea (SE), opgericht in 2001 met een minimumkapitaalvereiste van €120.000, laat zien waarom eerdere Europese vennootschapsvormen geen tractie kregen. De SE kan alleen worden opgericht door bestaande bedrijven via specifieke grensoverschrijdende configuraties, wat de relevantie voor startups beperkt. EU Inc beoogt deze valkuilen te vermijden door nul minimumkapitaal en universele geschiktheid, hoewel critici stellen dat de lacunes in nationaal recht vergelijkbare barrières opnieuw creëren.

Wat dit betekent voor de wetgevingstijdlijn

Het ministeriële debat van 28 mei vertegenwoordigt een procedurele mijlpaal maar concludeert het onderzoek door de Raad niet. Volgens het wetgevingstraject moet het voorstel via parallelle sporen verlopen:

Raadsproces

  • Werkgroepsessies worden voortgezet: sessies van 2 juni en 17 juni 2026 zijn reeds gepland
  • Streefdatum algemene oriëntatie: Raad moet onderhandelingspositie overeenkomen vóór trilogen
  • Cypriotisch voorzitterschap eindigt: 30 juni 2026, met Ierland dat de tweede helft van 2026 overneemt

Proces Europees Parlement

  • JURI-commissie: De Commissie juridische zaken heeft op 28 mei nog geen rapporteur benoemd
  • Presentatie commissaris: Michael McGrath presenteerde begin mei aan JURI
  • Commissiestemming: vindt doorgaans enkele maanden na benoeming rapporteur plaats
  • Plenaire stemming: vereist voordat triloogonderhandelingen beginnen

Het einddoel 2026 van de Commissie vereist dat beide instellingen zich in een uitzonderlijk tempo bewegen. Zelfs als akkoord wordt bereikt in december 2026, zou de verordening 12 maanden na inwerkingtreding nodig hebben vóór toepassing, wat betekent dat de vroegste beschikbaarheid eind 2027 of 2028 zou zijn.

Vergelijking met andere wetgevingsdossiers

| Wetgevingsvoorstel | Voorsteldatum | Streefakkoord | Status (mei 2026) | |---|---|---| | EU Inc (COM/2026/321) | 18 maart 2026 | Eind 2026 | Raadswerkgroep onderzoek, geen rapporteur | | Industrial Accelerator Act | 4 maart 2026 | N.v.t. | Ook besproken tijdens Raad voor Concurrentievermogen van 28 mei | | Digital Networks Act | 2025 | 2026 | Lopend |

De parallelle behandeling van de Industrial Accelerator Act, die tot doel heeft 20% van het EU-bbp tegen 2035 uit industriële sectoren te halen, geeft aan dat de Raad gelijktijdig meerdere concurrentievermogendossiers behandelt, wat mogelijk een druk legt op de institutionele capaciteit.

Vervolgstappen en implicaties voor grensoverschrijdende bedrijven

Voor oprichters en startups

Wacht niet op EU Inc om expansiebeslissingen te nemen. Zelfs met het best-case scenario van politiek akkoord eind 2026 kunnen bedrijven zich pas eind 2027 op zijn vroegst als EU Inc registreren. De wetgevingstekst zal substantiële wijzigingen ondergaan tijdens trilogen, met name over:

  • Standaardsjablooninhoud voor statuten (gedelegeerd aan uitvoeringshandelingen)
  • Aanwijzing van nationaal recht voor lacuneopvulling in elke lidstaat
  • Geschiktheid voor vereenvoudigde insolventie buiten de O&O-drempelwaarden in Aanbeveling C(2026) 1800
  • Fiscale behandeling van EU Employee Stock Options in 27 rechtsgebieden

Overweeg de Raadswerkgroepsessies en ontwikkelingen in de JURI-commissie van het Parlement te volgen via officiële bronnen van de Raad en het Parlement. Positioneer EU Inc als mogelijke toekomstige optie in plaats van een onmiddellijk alternatief voor nationale vennootschapsvormen of Estlands e-Residency.

Voor investeerders en adviseurs

Bereid u voor op complexiteit bij juridische due diligence tijdens de overgang. Het lacuneopvullingsmechanisme van artikel 4 betekent dat portefeuillebedrijven die uiteindelijk converteren naar EU Inc nog steeds materiële verschillen zullen hebben op basis van registratiejurisdictie. Grensoverschrijdende VC-fondsen zouden moeten:

  • Monitoren welke lidstaten investeersvriendelijke nationale vormen (bijv. Nederlandse BV, Belgische SRL) als residueel recht aanwijzen
  • Volgen of uitvoeringshandelingen voor standaardsjablonen multi-class aandelen, gewogen stemrecht en SAFE/KISS-instrumenten accommoderen
  • Beoordelen of de balanstest plus solvabiliteitstest voor uitkeringen adequate bescherming van schuldeisers biedt vergeleken met traditionele wettelijke kapitaalregimes

De fiscale implicaties van EU Inc blijven een bewegend doel. Hoewel het voorstel de timing van aandelenoptieheffing harmoniseert (bij verkoop van aandelen), behouden lidstaten controle over tarieven voor vermogenswinsten en karakterisering van inkomsten.

Voor nationale overheden en toezichthouders

Wijs nu gespecialiseerde kamers aan, zelfs vóór de verordening in werking treedt. De mededeling van de Commissie bij het voorstel roept lidstaten op gespecialiseerde rechterlijke kamers of rechtbanken met rechtsmacht over EU Inc-geschillen in te stellen. Vroege aanwijzing signaleert toewijding aan uniforme toepassing en bouwt institutionele expertise op vóór de eerste EU Inc-registraties.

Lidstaten moeten ook beslissen welke nationale vennootschapsvorm dient als artikel 4-residuele referentie. Deze keuze zal de perceptie van investeerders en concurrentiepositie binnen de interne markt materieel beïnvloeden.

Wat te monitoren

Het wetgevingsproces komt in een kritiek venster van zes maanden waarin de tekst nog kan worden vormgegeven:

  1. Benoeming rapporteur: JURI-commissie benoeming en eerste ontwerpverslag (waarschijnlijk juni/juli 2026)
  2. Algemene oriëntatie Raad: Conclusies voorzitterschap die onderhandelingspositie definiëren (streef: najaar 2026 onder Iers voorzitterschap)
  3. Reikwijdte uitvoeringshandelingen: Of artikel 8-sjablonen venture-typische governancestructuren accommoderen
  4. Bepalingen werknemersparticipatie: Eventuele wijzigingen die interactie met medezeggenschap versterken of verduidelijken

Grensoverschrijdende bedrijven moeten flexibiliteit in entiteitsstructuurplanning behouden terwijl zij deze ontwikkelingen monitoren via de wetgevingstijdlijn en officiële EU-institutionele bronnen. Het beleidsdebat bij de Raad voor Concurrentievermogen bevestigt dat politieke wil bestaat, maar het omzetten van die wil in operationeel recht dat 27 systemen werkelijk harmoniseert blijft de centrale uitdaging voor de rest van 2026.

Editorial transparency

This article was researched and drafted with AI assistance and reviewed against the cited primary sources before publication. We disclose this openly so readers can assess the analysis in context. Read our methodology

Competitiveness CouncilEU Inc28th regimepolicy debateEuropean company law